Deze spreekbeurt over het skelet is gemaakt door Joy uit groep 7 in Papendrecht.
Ik wil een spreekbeurt houden over het skelet omdat het onmisbaar is in je lichaam. En veel mensen vinden het skelet eng, maar dit is het echt niet. Dat wil ik graag laten zien door deze spreekbeurt te houden.
Hoeveel botten heb ik ?
Als je een baby bent dan heb je 350 botten. Als je ouder wordt, groeien deze botten aan elkaar. Je houdt er dan nog 206 over. Pas als je dertig jaar bent, is je skelet helemaal af. Je skelet weegt dan ongeveer negen kilo.
De functie van botten
Een skelet geeft vorm aan je lichaam en het houdt je lichaam overeind. Als je geen skelet zou hebben dan zou je een soort pudding zijn. Daarnaast is een skelet er ook voor om je organen te beschermen. Zo worden bijvoorbeeld je longen en je hart beschermd door je ribbenkast en je hersenen worden beschermd door je schedel. Nog een functie van je skelet is dat het ervoor zorgt dat je spieren kunnen bewegen.
De opbouw van botten
Alle botten in je lichaam bestaan uit beencellen. Tussen die beencellen zit tussenstof. Het belangrijkste deel hiervan is calcium en dat wordt ook wel kalk genoemd. De buitenkant van je botten is heel hard, maar de binnenkant is juist een beetje zacht. Over elk bot zit een speciaal laagje dat je beenvlies noemt. Je botten zijn vrij stijf, maar ook een beetje buigzaam zodat ze niet zomaar zullen breken. Daarnaast zijn er ook nog botten waar een soort gelei in zit. Deze gelei noem je beenmerg. Beenmerg zorgt ervoor dat er rode bloedcellen worden aangemaakt voor je lijf. Voel maar aan je oor, dan kun je voelen dat dit soort bot best wel speciaal is. Wanneer je een baby bent dan bestaat haast je hele skelet uit kraakbeen, maar wanneer je gaat groeien dan wordt dit kraakbeen erg hard zoals gewone botten.
Gewrichten
Een belangrijk deel van je skelet zijn je gewrichten. Dankzij je gewrichten kun je bewegen. Er zijn drie soorten gewrichten en ik zal van alle drie wat vertellen. De eerste soort is het scharniergewricht. Dit is een gewricht dat je maar één kant op kan bewegen zoals je elleboog of je knie. De tweede soort is het kogelgewricht. Deze gewrichten kun je in alle richtingen bewegen doordat ze in een soort kommetje zitten. Je bot kan ook uit dit soort kommetje gaan. Als het bot uit de kom gaat dan heet dit uit de kom. Een voorbeeld hiervan is je heup en een ander voorbeeld is je schouder. Dan zijn er nog de draaigewrichten. Deze kun je naar links, naar rechts en naar boven en naar beneden bewegen. Een voorbeeld hiervan is je nek.
Verbindingen in je skelet
Je skelet zit op meerdere manieren verbonden. In totaal zijn er vier manieren waarmee je botten aan elkaar verbonden zitten. Zo kan het zo zijn dat twee beenderen één geheel vormen. Dit is dan met elkaar vergroeid. Hier is slechts een klein beetje beweging mogelijk. Een voorbeeld hiervan is je heiligbeen en je staartbeen. Je heiligbeen zit in je kont en je staartbeen ook. Dan is er nog de verbinding door een naad. Hierbij is geen beweging mogelijk. Een voorbeeld hiervan is de schedelbeenderen. Daarnaast is er nog de verbinding door kraakbeen. Hierbij is een klein beetje beweging mogelijk. Voorbeelden hiervan zijn je ribben, je borstbeen en je wervels. En de laatste verbindingsmogelijkheid is door een gewricht. Hiermee is heel veel beweging mogelijk, zoals bijvoorbeeld je vingerkootjes en je teenkootjes.
Dierlijke skeleten
Naast het skelet van een mens zijn er ook nog veel dierlijke skeletten. Hier zijn veel verschillende skeletten want er zijn ook veel verschillende soorten dieren. Veel dieren hebben stevige delen in hun lichaam. Deze stevige delen vormen het skelet. Deze delen geven stevigheid en bescherming aan het dier. Zoals ik al zei zijn er verschillende soorten skeletten voor de verschillende soorten dieren. Sommige dieren hebben hun skelet aan de buitenkant van hun lichaam zitten. Hierbij kun je denken aan een mossel en een slak. Maar er zijn ook dieren die hun skelet gewoon in hun lichaam hebben. Dit heet een inwendig skelet en daarvan is sprake bij bijvoorbeeld een koe en een hond. Er zijn zelfs dieren die geen skelet hebben. De meeste skeletloze dieren leven in het water en een voorbeeld ervan is een kwal.