Een spreekbeurt over geld geschreven door Vera Kuusjke uit Veenendaal.
Ik hou mijn spreekbeurt over geld, omdat ik het bijna elke dag gebruik, maar niet zo goed weet hoe het ontstaan is.
Wat is geld ?
In eerste instantie lijkt het erg eenvoudig om te zeggen wat geld precies is. Geld is dat wat in je spaarpot of portemonnee zit. Maar dat is niet het enige. Geld is namelijk ook wat je op je bankrekening hebt staan. Dit kun je niet zomaar echt even beetpakken, maar het is wel van jou. Je hebt giraal geld en chartaal geld. Giraal is wat je op je bank hebt staan en chartaal is wat in je portemonnee zit.
Geschiedenis van geld
Vroegere werd er handel gedreven door goederen en diensten rechtstreeks uit te wisselen. Zo kon iemand bijvoorbeeld twee broden ruilen voor tien eieren. Of iemand kon twee stukken vlees ruilen voor een kan melk. Maar het is lastig om dit te doen, want als jij iemand twee broden geeft en je wilt er eieren voor terug, maar die heeft hij niet dan kan je niet ruilen. Ook is het moeilijk om te bepalen, want wat vraag je nou voor tien eieren? Twee broden, een kannetje melk of een grote homp vlees? Later werd er goud geïntroduceerd. Goud was makkelijker om mee te rekenen dan met bijvoorbeeld vlees of melk, maar je moest wel bij elke keer dat je handelde een weegschaal hebben om het goud af te wegen. Toch was het wel risicovol als je veel geld moest betalen of ontvangen, want als iemand je overviel dan was je alles weer kwijt. Daarom werden er banken opgericht. Zij bewaarden het goud voor de klanten. De klanten kregen dan een papier dat ondertekend was wat je weer kon inruilen voor goud. Dit was veel makkelijker te vervoeren dan grote klompen goud. Deze papieren werden uiteindelijk omgewisseld tot papiergeld. En ook werden er munten ontwikkeld. Vandaag gebruik je papiergeld en muntgeld haast alleen nog in winkels waar je niet kunt pinnen. Maar het contante geld verliest wel terrein, want er wordt steeds meer en meer gebruik gemaakt van pinnen.
De euro
Wij hebben de euro. Al in 1992 werd besloten om de euro in te gaan voeren. Op 1 januari 2002 werd de euro echt ingevoerd in twaalf landen. Inmiddels zijn er weer een aantal landen toegevoegd die ook de euro hebben. In het begin hadden Nederland, België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Italië, Ierland, Oostenrijk, Portugal, Luxemburg, Spanje en Griekenland de euro als munt. In 2007 kwam Slovenië erbij. In 2008 Cyprus en Malta en in 2009 Slowakije. Estland kwam er dit jaar nog bij. Van de euro zijn vijftien varianten. Acht munt en zeven biljetten. De munten heb je in 1, 2, 5, 10, 20 en 50 cent en 1 en 2 euro. Biljetten heb je van 5, 10, 20, 50, 100, 200 en 500 euro. Het handige aan de euro is dat je nu niet meer je geld hoeft te wisselen wanneer je op vakantie gaat naar een land dat ook de euro heeft.
Geld maken
Veel mensen weten niet hoe geld gemaakt wordt. Bij ons in Nederland wordt geld gemaakt door De Nederlandse Bank. Het maken van een bankbiljet is heel precies werk. Je moet eerst speciaal papier maken van stevig materiaal. Er wordt gebruik gemaakt van katoen om het bankbiljet te maken. Het papier wordt zodanig gemaakt dat er nog een watermerk op kan komen en een afbeelding zodat je het geld moeilijker kunt vervalsen. Muntgeld wordt van metaal gemaakt, van de metalen koper en nikkel. Deze metalen worden in hoogovens gesmolten tot rollen metaal. Deze rollen worden weer in lange, smalle stroken gesneden. Vervolgens kun je er platte rondjes van snijden. Daarna kan de waarde op het muntje worden gedrukt en kan het randje van de munt geribbeld worden gemaakt.
Geld vervalsen
Veel mensen proberen geld te vervalsen. Zoals je wel begrijpt, mag dit niet. Toch komt het regelmatig in de krant dat er weer valse briefjes zijn gevonden. Het is wel moeilijk om geld goed te vervalsen, want je moet al die watermerken namaken. Bovendien weet je niet hoe het hele proces van gelddrukken in zijn werk gaat. Voor het vervalsen van geld kun je dan ook een gevangenisstraf krijgen als iemand erachter komt dat je dat doet.